Grondwater

 

In de nieuwe NEN 5744 norm is troebelheid als nieuwe parameter toegevoegd. Wat is de achtergrond en hoe kunt u dit eenvoudig meten?

 

Bij het oppompen van grondwater worden deeltjes meegepompt. Deze grond deeltjes, met aangehechte organische stoffen, kunnen een belangrijke invloed op de analyse resultaten hebben. Daarom wordt in de Verenigde Staten al langer monstername toegepast volgens de "low flow" sampling methode. Bij lage vloeistof snelheden worden minder gronddeeltjes meegepompt. De aanwezigheid van gronddeeltjes kan op basis van troebelheid beoordeeld worden.

De norm geeft aan dat bij een troebelheid tussen 0 en 10 NTU aangenomen kan worden dat er geen probleem is met grond deeltjes die de analyse resultaten kunnen verstoren. Een duidelijk hogere troebelheid kan reden zijn voor herbemonstering.

In de NEN 5744 worden een aantal eisen aan de troebelheidsmeter gesteld. Meting volgens de infrarode optische 90° reflectie methode, meting in NTU, kalibratie standaard onder 20 NTU en in-line of cuvette meting.

De troebelheidsmeter moet minimaal een meetbereik hebben van 1 tot 1000 NTU, waarbij 1 NTU wordt beschouwd als overeenkomend met 1 FNU oftewel NTU::FNU.

Ons advies: